Per 1 januari 2020 vervalt de Kleine Ondernemers Regeling (KOR) in de omzetbelasting. Daarvoor in de plaats komt een nieuwe regeling, de zogenaamde “OVOB” (omzet-gerelateerde vrijstelling van omzetbelasting). De  KOR is een regeling binnen de wet op de Omzetbelasting; indien je vrij weinig btw hoeft af te dragen (na aftrek van de door jou betaalde voorbelasting) dan wordt dat bedrag geheel (indien de af te dragen btw niet meer bedraagt dan € 1346,00 per jaar)  of gedeeltelijk kwijtgescholden. Het huidige kabinet heeft besloten om deze btw regeling voor de ondernemer te vereenvoudigen en meer in overeenstemming te brengen met hoe onze buurlanden het regelen.

Belangrijkste verschillen op een rijtje:

  • Tot op heden was het te betalen (af te dragen) bedrag aan btw bepalend of je in aanmerking kwam voor de KOR. In de nieuwe regeling is je totale omzet in een jaar bepalend. Bij een omzet van maximaal € 20.000,- (excl. btw) kun je een verzoek indienen voor de OVOB regeling. De keuze is voor 3 jaar. Mocht tussentijds blijken dat je boven een omzet van € 20.000,- uitkomt, dan ben je vanaf dat moment weer aangifteplichtig en dien je weer btw af te dragen en weer met btw te factureren.
  • In de oude regeling was je (ook als je gebruik maakte van de KOR) gewoon btw plichtig (zowel qua btw heffen als btw afdragen) in de nieuwe regeling vervalt dit. Dus als je onder de nieuwe OVOB regeling valt hoef je geen btw meer heffen over je tarieven en mag je de betaalde btw ook niet meer aftrekken en terugvragen. Ook de verplichte btw aangifte komt dan te vervallen.
  • De Nieuwe regeling is van toepassing bij elke rechtsvorm. Of je nu een BV, een Eenmanszaak, een VOF of praktijk voert als bijverdienste (dus belastingtechnisch geen ondernemer bent) je mag gebruik maken van deze regeling  indien je aan de criteria voldoet.

Wanneer is de keuze voor de nieuwe vrijstelling wijsheid?

Voorbeeld 1
KOR in 2019
Stel je hebt € 14.000 x 21% = € 2.940 af te dragen btw. De voorbelasting bedraagt: € 1.800. Per saldo € 1.140 af te dragen btw. Wanneer de KOR-regeling wordt toegepast krijg je het gehele bedrag van ad €1.140,- terug.

OVOB in 2020
Stel je hebt € 14.000 vrijgesteld van btw gefactureerd. De voorbelasting bedraagt € 1.800. Geen belaste prestaties dus geen btw in aftrek. Door OVOB is de af te dragen btw en de terug te vragen btw nul.

Voorbeeld 2
Je mag  geen btw meer in rekening brengen aan jouw opdrachtgevers. Kun je de eerder wel in rekening gebrachte btw nu doorberekenen in jouw tarief? Stel je geeft vioolles aan particulieren boven de 21 jaar. De btw is 21% het tarief exclusief btw is € 30,- per les (btw 21% = € 6,30). Kun je nu € 36,30 per les doorberekenen. Voor de particulier zal het niets uitmaken, die betaalt immers altijd de btw en kan de btw niet terugvorderen. Je hebt dan zelf wel meer omzet en dus een hogere winst. Echter de zakelijke klanten welke wel btw-plichtig zijn zullen deze “tariefsverhoging” niet  enthousiast ontvangen zij kunnen immers de door jou voorheen in rekening gebrachte btw niet meer terug vorderen. Indien het tarief ongewijzigd blijft voor de zakelijke klant, dien je het bedrag excl. btw te hanteren, in dit geval dien je dus €30,- per uur door te belasten zonder btw in rekening te brengen.

Voorbeeld 3
Verwacht je in de toekomst een investeringen te doen, bijvoorbeeld een duur instrument waar 21% btw op zit? Dan kun je die btw niet terugvragen en wordt jouw instrument dus duurder. Heb je een omzet (stel € 15.000) waar 21% btw over berekend moet worden, dan bedraagt de af te dragen btw € 3.150,-. Heb je méér voorbelasting betaald (stel € 4.000,-), dan krijg je dus € 850,- btw terug. Verzoek je om vrijstelling, dan krijg je deze btw niet terug.

OVOB en herziening

Indien je sinds 2011 onroerende zaken of sinds 2016 roerende zaken in gebruik hebt genomen moet mogelijk een deel btw terugbetaald worden. Indien je btw-aftrek hebt gehad vanwege deze investering(en), wordt deze btw-aftrek namelijk pas negen of vier jaar na het jaar van (ingebruikname van) de investering definitief. Voor de herzieningsregels geldt dat de OVOB als ‘vrijstelling’ geldt. De herzieningsregels zullen nog worden aangepast, maar houd rekening met een terugbetalingsverplichting. In zo’n geval kan het voordeliger zijn om de normale btw-regels toe te passen. Indien de herziening minder dan € 500 per jaar bedraagt, hoeft er niet te worden terugbetaald.

Zoals je in dit nieuwsartikel kan lezen zijn er verschillende situaties mogelijk, dus hierbij is goed advies op maat wenselijk. Voorkom vervelende situaties achteraf en laat je goed informeren door onze MKB-adviseurs, een gemaakte keuze kan pas na 3 jaar worden herzien.

Wil je graag weten of OVOB voor jou van toepassing is of wil je meer informatie over dit onderwerp?

Neem dan contact op met ons kantoor:

Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

Nieuw btw-nummer voor eenmanszaken vanaf 2020

Vanaf 1 januari 2020 krijgen alle eenmanszaken in Nederland een nieuw btw-nummer, dit zijn ongeveer 1,3 miljoen eenmanszaken. Het huidige btw-nummer bestaat uit het Burger Service Nummer (BSN) en voldoet niet aan de eis van de Autoriteit Persoonsgegevens. Door de komst van het nieuwe btw-nummer is er geen overeenkomst meer met het Burger Service Nummer van de ondernemer.

Mede door de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) op 25 mei 2018, is er weerstand gerezen tegen het gebruik van het BSN in btw-nummers van eenmanszaken. Het BSN in het btw-nummer is privacygevoelig en onwenselijk. De Autoriteit Persoonsgegevens oordeelde dat er een ander systeem moet komen.

De betrokken ondernemers ontvangen eind 2019 een nieuw btw-nummer. Dit betekent dat er wijzigingen komen in onder andere de administratie. “Het huidige btw-nummer zoals deze nu is vermeld op bijvoorbeeld een website, verkoopfacturen en dergelijke, dient dan vervangen te worden door het nieuwe btw-nummer”.

De ondernemers dienen de wijziging ook aan relaties door te geven, zodat zij dit kunnen wijzigen in hun administratie. In de interne systemen van de belastingdienst blijft het oude btw-nummer (het BSN-gebaseerde nummer)  bestaan. Het nieuwe btw-nummer is voor extern gebruik en wordt bij contacten met de systemen van de belastingdienst automatisch ‘vertaald’ naar het oude nummer.

Wil je graag meer informatie over dit onderwerp of heb je andere vragen?

Neem dan contact op met ons kantoor:

Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

Werkkostenregeling

Alles wat u aan uw werkgever verstrekt of vergoed wordt aangemerkt als loon. Vanaf 2011 is er besloten dat niet alle vergoedingen, verstrekkingen en voorzieningen voor je werknemer worden belast met loonheffing. Deze regeling wordt de werkkostenregeling (WKR) genoemd en is een verplichte fiscale regeling voor alle werkgevers.

Met de WKR kunt u maximaal 1,2% van uw totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers. Dit wordt ook wel de ‘vrije ruimte’ genoemd, hierover betaald u geen loonbelasting. Over alle vergoedingen wat boven de vrije ruimte uitkomt, betaalt u 80% eindheffing. Niet alle vergoedingen en verstrekkingen vallen onder de vrije ruimte, er zijn ook andere mogelijkheden.

Intermediaire kosten

Intermediaire kosten zijn kosten die niet direct betrekking hebben op kosten voor de werknemer, maar kosten voor de werkgever zijn (bijvoorbeeld: relatiegeschenken). De werknemer schiet in zo’n geval bepaalde kosten als het ware voor waarna de werkgever de kosten vergoedt. Deze vergoedingen zijn niet belast omdat ze niet worden gezien als loon en gaan niet ten koste van de vrije ruimte.

Vrijstellingen

De belastingdienst heeft bepaalde vergoedingen en verstrekkingen vrijgesteld. Deze gerichte vrijstellingen kunt u dus ook onbelast vergoeden en gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Hieronder een enkele voorbeelden:

  • Reiskostenvergoedingen voor eigen vervoer (tot max €0,19/km);
  • Abonnementen + losse kaartjes voor reizen met het openbare vervoer;
  • Zakelijke overnachtingen;
  • Maaltijden in het kader van overwerk, koopavonden, dienstreizen etc.;
  • Studiekosten, bijscholing, cursussen e.d.;
  • Vakliteratuur;
  • Computers.

Nihilwaardering

Om te voorkomen dat de waarde van voorzieningen die op de werkplek ter beschikking worden gesteld, in de vrije ruimte valt, zijn er een aantal voorzieningen op nihil gewaardeerd. Voorbeelden van nihilwaarderingen zijn:

  • Ter beschikking gestelde kleding met een logo van tenminste 70cm2;
  • Uniformen en kleding die op het werk achterblijft;
  • Kleine consumpties op de werkplek (geen maaltijden);
  • Rentevoordeel personeelslening (fiets van de zaak).

Welke vergoeding vallen in de vrije ruimte

Alle vergoedingen die niet in één van de bovenstaande categorieën vallen, worden vergoedingen ten laste van forfait genoemd. Denk aan personeelsfeestjes, personeelsreisjes, kerstpakketten en maaltijdvergoedingen in geld.

Eindheffing

De forfaitaire vrije ruimte is 1,2% van de totale fiscale loonsom van uw werknemer. Over alle vergoedingen wat boven de forfaitaire vrije ruimte valt wordt belast met 80% eindheffing.

 

 

Voorbeeld:

Fiscale jaarloon €100.000,-

Forfaitaire vrije ruimte (1,2% van €100.000,-) €1.200,-

Belastbaar bedrag/vrije ruimte: €2.000,-

Tekort op de vrije ruimte: €800,-

Eindheffing van het tekort op de vrije ruimte (80% van €800,-) €640,-

 

Wilt u meer informatie over de werkkostenregeling of heeft u andere vragen?

Neem dan contact op met één van onze adviseurs:


Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

 

LET OP: Nieuw BTW tarief per 1 januari 2019

In Nederland kennen we meerdere BTW tarieven. BTW tarief hoog en BTW tarief laag. Er was al enige tijd sprake dat het lage tarief van 6% verhoogd gaat worden naar 9%, echter er was nog geen concreet voorstel of ingangsdatum. In het belastingplan van 2019 is aangekondigd dat het nieuwe BTW tarief van 9% per 1 januari 2019 zal worden ingevoerd, zoals het er nu naar uitziet zal dit tarief dan een feit worden. Het wetsvoorstel is inmiddels goedgekeurd door de Tweede Kamer en zal een dezer dagen behandeld worden door de Eerste Kamer.

Door de tariefsverhoging worden alle goederen en diensten die belast zijn met het verlaagde BTW tarief 3% duurder. Het gaat onder andere om:

  • Voedingsmiddelen en dranken (niet alcoholisch);
  • Geneesmiddelen;
  • Tijdschriften;
  • Bloemen en planten;
  • Kapper;
  • Hotelovernachtingen;
  • Personenvervoer;
  • Schoonmaak- en schilderswerkzaamheden
  • Sportactiviteiten.

De financiële gevolgen zullen gedragen worden door de uiteindelijke consument en de niet BTW plichtige ondernemers. Het heeft voor de groep ondernemers die diensten verlenen tegen het verlaagde tarief wel administratieve gevolgen.

Bij de BTW tariefswijziging is geen overgangsrecht van toepassing, er dient dus goed gekeken moeten worden wanneer welk BTW tarief van toepassing is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het kasstelsel en het factuurstelsel.

Kasstelsel

Bij het kasstelsel wordt de omzet toegerekend aan het jaar waarin de betaling wordt verricht. In de overgang van 6% naar 9% BTW moet het BTW percentage gehanteerd worden welke geldend is op het moment van betalen, hierbij wordt geen rekening gehouden met het moment van de prestatie. Dus wanneer de dienst in 2018 heeft plaatsgevonden en de betaling in 2019 wordt verricht moet er rekening gehouden worden met 9% BTW. Zorg er dus voor dat de betalingen nog zoveel mogelijk in 2018 ontvangen worden.

Factuurstelsel

Bij het factuurstelsel is het moment waarop de factuur wordt uitgereikt bepalend voor de hantering van het juiste BTW tarief. Voor facturen die onder het verlaagd tarief vallen en in 2018 worden uitgereikt dient het 6% tarief toegepast te worden. Ligt de factuurdatum in 2019 dan zal dit 9% zijn, ongeacht of de dienst of levering in 2018 heeft plaatsgevonden. Het is daarom aan te raden de facturen over december 2018 nog zoveel mogelijk in 2018 te versturen. Let hierbij wel op de wettelijke termijn voor het uitreiken van de factuur. Deze regeling geldt echter alleen bij facturatie aan ondernemers.  Bij prestaties aan particulieren is wel het moment van de prestatie doorslaggevend, ongeacht het tijdstip van het uitreiken van de factuur.

Vooruitbetalingen

Bij vooruitbetalingen is het van belang of het vooruitbetalingen zijn die verricht worden door ondernemers of door particulieren. Indien het vooruitbetalingen van particulieren zijn dan is het 6% tarief van toepassing wanneer de betaling in 2018 ontvangen wordt en wanneer de betaling in 2019 ontvangen wordt 9%. De factuurdatum is hierbij niet van belang. Bij vooruitbetalingen aan ondernemers is het van belang wanneer een factuur is uitgereikt (of uitgereikt had moeten zijn). Om voor het 6% tarief in aanmerking te komen, moet het gehele factuurbedrag in één keer vooruit gefactureerd worden in 2018. De belastingdienst is in de overgang naar het nieuwe tarief extra alert op het gebruik van constructies om het 6% tarief te kunnen hanteren voor prestaties en betalingen in 2019.

Tips en aanbevelingen

  • Zorg ervoor dat uit de facturen duidelijk blijkt of het 6 of 9% tarief betreft;
  • Pas kassasystemen aan;
  • Pas lopende contracten aan naar het nieuwe tarief;
  • Is het wijsheid om de prijzen te verhogen om de juiste marges te genereren?;
  • Houd rekening met het nieuwe tarief bij het verstrekken van offertes voor diensten in 2019.

Wilt u meer informatie over de BTW wijziging of heeft u andere vragen?

Neem dan contact op met ons kantoor:


Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

 

Zakelijke spaarrekening en de heffing Box 3 inkomstenbelasting

Al jaren lang wordt er gediscussieerd over de heffing van het vermogen in Box 3. In veel situaties blijkt het daadwerkelijke rendement lager te zijn dan het fictieve rendement die gehanteerd wordt door de fiscus bij de aangifte inkomstenbelasting.

Wat valt er in Box 3?
In Box 3 vallen uw bezittingen en schulden en natuurlijk ook die van uw fiscale partner. Onder bezittingen wordt onder andere bedoeld: spaargelden, beleggingen, waarden van belegging en/of spaarverzekeringen voor zover deze niet in box 1 vallen en onroerende zaken met uitzondering van uw eigen woning. Onder schulden vallen onder andere persoonlijke leningen, doorlopend krediet en creditcardschulden. De schuld voor uw eigen woning valt in Box 1.

De Zakelijke spaarrekening van de Eenmanszaak of V.O.F.
Wanneer u kijkt naar wat er precies in Box 3 valt, ziet u meteen waarom het van belang is om als ondernemer een zakelijke bankrekening te hebben. Wanneer de omzet stijgt en debiteuren betalen, dan stijgen uw liquide middelen (bank- en kassaldo) ook. Wanneer de bankrekening niet op naam van uw onderneming is geregistreerd maar op naam van u als privé persoon, dan valt het saldo in Box 3 van uw aangifte inkomstenbelasting. Bij een hoog saldo kan het dus zijn dat u vermogensheffing betaald in Box 3. Een situatie waarbij u belasting betaald wat voorkomen had kunnen worden. Een zakelijke ondernemersrekening behoort namelijk tot het vermogen van uw onderneming, dit valt buiten Box 3.

Overtollig zakelijk saldo
In het geval van een periode waar veel ontvangsten zijn geweest kan het zijn dat het zakelijke banksaldo (sneller en hoger dan normaal) oploopt. Hartstikke fijn natuurlijk, de zaken gaan dan (vaak) goed! Er zijn echter situaties waarbij geld “opgepot” blijft in de Eenmanszaak wat de fiscus kan aanmerken als Box 3 vermogen. Een deel van het saldo in de Eenmanszaak kan dan worden bestempeld als onzakelijk. Dit gebeurt veelal wanneer er voor een langere periode een hoog saldo staat op de zakelijke rekening. Een reserve aanhouden op uw zakelijke rekening brengt natuurlijk niet meteen het risico mee! Het is namelijk per ondernemer verschillend. Sommige ondernemers hebben een hoog werkkapitaal nodig of reserveren voor een investering of uitgaven.

Er is geen simpele rekensom of drempel om te bepalen of het zakelijke saldo overtollig is. Dit verschilt per onderneming.

Ten slotte willen wij vermelden dat wij het sterk af raden om aan het eind van het jaar geld te storten van privé naar de Eenmanszaak om Box 3 heffing te ontlopen. Deze truc is al bij jaar en dag bekent bij de fiscus en zal worden aangemerkt als onzakelijk.

 

Wilt u meer informatie of advies? Neem dan gerust contact op met ons kantoor:

Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
https://boekhoudingtwente.nl

Bewaarplicht digitale administratie

Doordat er steeds meer gedigitaliseerde administraties zijn, krijgen wij vaak de vraag van klanten hoe de administratie bewaard moet worden en hoe deze aangeleverd dient te worden tijdens een eventuele belastingcontrole.

 

Wat moet u bewaren? En hoe lang?

Volgens de fiscale bewaarplicht moet je alles wat van belang is voor de bedrijfsvoering, bewaren in de vorm waarin je het hebt ontvangen. De bewaartermijn hiervoor is 7 jaar en voor onroerend goed is dit 10 jaar. Voorbeeld: uw inkoopfactuur gedateerd op 10-01-2018 mag pas worden weggegooid na 2026.

 

Welke gegevens moet u bewaren?

De organisatie moet alle gegevensdragers (zowel fysiek als digitaal) waarop gegevens zijn vastgelegd die voor de Belastingdienst van belang zijn, bewaren. Het gaat onder andere om de volgende onderdelen van de administratie:

  • Loonadministratie;
  • In- en verkoopadministratie;
  • Grootboek;
  • Debiteuren- en crediteurenadministratie;
  • Voorraadadministratie.

Het uitgangspunt hierbij is: dat de gegevens in de vorm waarmee zij deel uit gaan maken van de administratie, worden bewaard. En daarnaast te allen tijde kunnen worden getoond, waardoor de belastingcontrole binnen redelijke termijn kan plaatsvinden.

 

Converteren

Conversie is het overbrengen van gegevens naar een andere gegevensdrager. Conversie is op grond van artikel 52 lid 5 AWR (Algemene wet inzake rijksbelastingen) onder de volgende voorwaarden toegestaan.

  • Alle gegevens worden overgezet;
  • Zij moeten inhoudelijk juist worden overgezet;
  • De nieuwe gegevensdrager moet tijdens de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn;
  • De geconverteerde gegevens moeten binnen redelijke tijd reproduceerbaar en leesbaar zijn;
  • De controle van de geconverteerde gegevens moet binnen redelijke termijn kunnen worden uitgevoerd.

 

Het inscannen van papieren documenten om deze daarna digitaal op te kunnen slaan valt ook onder conversie. Ook bij het inscannen van de documentatie moet men aan de hierboven genoemde eisen voldoen. Daarnaast dient alle informatie op alle bladzijden en bijlagen van het document geconverteerd worden. Let hierbij ook op de echtheidskenmerken zoals papiersoort, kleur, logo etc.

Een uitdraai uit bepaalde administratiesystemen kan samengevatte gegevens tonen. Het enkel bewaren en inzichtelijk maken van de transacties die in een bepaalde termijn zijn uitgevoerd, is voor het voldoen aan de fiscale bewaarplicht echter niet voldoende.

 

Wilt u meer informatie over de bewaarplicht of heeft u andere vragen?

Neem dan contact op met ons kantoor:


Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

 

Auto van de zaak en de voor- en nadelen
Voor veel ondernemers is het nog steeds onduidelijk wat de fiscale gevolgen voor de auto van de zaak zijn en aan welke administratieve verplichtingen u dient te voldoen.

Wat zijn nu de voor- en nadelen voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting?

Omdat in bijna alle gevallen een ondernemer een personenauto zowel voor zakelijk- als privédoeleinden gebruikt, behoort de auto tot het keuzevermogen. Dat wil zeggen dat er een keuze door de ondernemer wordt gemaakt of de personenauto een ondernemingsvermogen is of een privévermogen. In onderstaande voorbeelden nemen we ze beknopt door, voor uitgebreide informatie kunt u contact opnemen met één van onze MKB-adviseurs.

 

Ondernemingsvermogen voor de inkomstenbelasting
Als de ondernemer kiest voor ondernemingsvermogen voor de inkomstenbelasting, kunnen alle kosten, lasten en afschrijvingen in aftrek worden genomen. Wanneer de auto voor meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt, geniet men een voordeel. Dit voordeel moet men bij het belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1-inkomen) tellen (bijtelling). De waarde van het voordeel wordt gesteld op een percentage van de cataloguswaarde van de auto, de cataloguswaarde (ook wel nieuwwaarde genoemd)  kunt u vinden op de volgende website: https://ovi.rdw.nl/

Bijtellingscategorieën:

  CO2-uitstoot in gram per kilometer
Jaar 0 g/km 1-50 g/km 51-106 g/km > 107 g/km
2018 4% 22% 22% 22%
2017 4% 22% 22% 22%
2016 4% 15% 21% 25%
Auto > 15 jaar 35% 35% 35% 35%

 

De bijtelling voor het privégebruik van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen (ook wel youngtimer genoemd), is ten minste 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer.

Wanneer de auto voor minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt, dan mag de wettelijke bijtelling achterwege blijven. Om dit aan te tonen dient er een sluitende kilometeradministratie bijgehouden te worden. Daarbij geldt het woon-werkverkeer niet als privégebruik.


Ondernemingsvermogen voor de omzetbelasting
Als ondernemer kan de btw op aanschaf, onderhoud en brandstof in aftrek worden genomen naar rato van het zakelijk gebruik. Vervolgens dient er aan het eind van dat jaar btw worden afgedragen over het werkelijke privégebruik. Daarvoor moet een rittenadministratie worden bijgehouden. Hierbij geldt dat het woon-werkverkeer, anders dan in de loon- en inkomstenbelasting, als privégebruik geldt.

Als er geen kilometeradministratie is bijgehouden, moet aan het einde van het jaar 2,7% btw worden afgedragen over de cataloguswaarde van de auto. Voor auto’s die meer dan vijf jaar in de onderneming worden gebruikt of marge auto’s, geldt geen 2,7% maar 1,5%.

Privéauto en toch BTW voordeel
Als ondernemer kan de btw op onderhoud en brandstof in aftrek worden genomen naar rato van het zakelijke gebruik ten opzichte van het privé gebruik. Het is wijsheid om dit in het 4e kwartaal van het jaar te doen zodat je geen onnodige BTW suppletie (correctie op de BTW) hoeft in te dienen. Om in aanmerking te komen voor deze BTW aftrek dient men wel een rittenadministratie bij te houden.


Privévermogen en inkomstenbelasting
Als de ondernemer de auto rekent tot het privévermogen, dan mag hij de ritten die met deze auto voor ondernemingsdoeleinden worden gemaakt (ook wel zakelijke ritten genoemd) in aftrek op de winst brengen tegen €0,19 per gereden kilometer. Hiervoor dient men wel een rittenadministratie bij te houden.

Wilt u meer informatie over de auto van de zaak of heeft u hulp nodig?

Neem dan contact op met ons kantoor:


Boekhouding Twente
Lasondersingel 151
7514 BR Enschede
Telefoonnummer: 053-8200915
Email: info@boekhoudingtwente.nl
Website: www.boekhoudingtwente.nl

Voorbeeldcontract is geen ‘must’! Actuele stand van zaken:

  • Vanaf 1 mei 2016 is de VAR niet meer geldig;
  • Wanneer een opdrachtnemer voor u werkt als ondernemer, is het helemaal niet nodig om strikt volgens een van de modelovereenkomsten te werken. Er is dan namelijk geen sprake van een loondienstverhouding. De belangrijkste kenmerken van een ondernemer zijn: risicodrager (aansprakelijk voor fouten), zoekt zelf opdrachtgevers, werkt met eigen investeringen, presenteert zich als ondernemer.
  • De invoerfase van de nieuwe Wet DBA zal duren van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017.
  • In die periode zal de Belastingdienst wel toezicht houden maar vooral in de vorm van voorlichting. Je krijgt in deze periode gelegenheid om waar nodig de werkwijze en/of contracten en afspraken aan te passen;
  • Er zal een handleiding beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd worden door de Belastingdienst;
  • Je kunt werken met de modelovereenkomsten van de Belastingdienst.
  • Deze modelovereenkomsten zijn per branche en beroepsgroep opgesteld en beschikbaar via de website van de belastingdienst. Let op: je hebt alleen zekerheid als je ook in de praktijk werkt op de manier zoals in de modelovereenkomst staat beschreven;
  • Een andere mogelijkheid is een eigen contract opstellen en deze door de Belastingdienst laten goedkeuren;